Fasen Teamontwikkeling

Teamontwikkeling kan in 5 fasen worden onderscheiden (Tuckman)

Van Marcel Jansen

Van een groep individuen naar een succesvol team

Om van een groep mensen een  effectief en efficiënt werkend team te maken dienen een aantal fasen te worden doorlopen.

Kenmerkend voor een team (t.o.v. een groep individuen) is dat een team een gemeenschappelijk doel heeft waaraan men in onderlinge afhankelijkheid aan werkt.

1. Vormen/forming

De individuen komen bij elkaar, vaak is er onduidelijkheid over doelstelling, missie en visie. Leden kennen elkaar nog niet echt. Onzekerheid typeert deze fase. Men tast elkaar af, kijkt de kat uit de boom en humor (ten koste van anderen) is een vaak gebruikt middel. De projectleider dient een duidelijke leider te zijn en de instruerende stijl van leiding geven wordt hier veel toegepast

De groep start als een verzameling van losse individuen die aarzelend proberen een groep te vormen Er ontstaan interactiepatronen: wie willen direct aan de gang en wie wachten even af, wie zeggen veel en wie weinig, wie stellen vooral vragen en wie geven antwoorden. En: wie bewaken de discussie, wie houden de tijd in de gaten, wie letten vooral op de inhoud en wie maken grapjes en sfeerbepalende opmerkingen. Het lijkt misschien alsof men al met het doel bezig is, maar de manier waarop gesproken wordt is belangrijker dan de inhoud.

2. Stormen/storming

In deze – vaak stormachtige – fase gaan deelnemers zich realiseren hoeveel werk er te verzetten valt en dat kan leiden tot paniekreacties. Deelnemers gaan elkaar meer aftasten, testen elkaars grenzen en soms beschuldigen en verwijten makend. Er is spanning, polarisatie en conflictstof. Wie is hier de baas? Sommigen worden ongeduldig en overijverig. Men kan zo kort na het begin, al ongeduldig zijn over het gebrek aan voortgang, zonder te weten hoe daaraan iets te doen. Er komen nu meer gesprekken over wat de taakverdeling precies inhoudt. Er is nog weinig sprake van echte samenwerking. Deze periode is noodzakelijk voor verdere groei. De groepsleden hebben de gelegenheid elkaar te leren

kennen door discussies en stevige woorden. Bedoeld om uit te zoeken wie de controle en de status bezit. Je mag niet te lang in deze fase blijven hangen, want dat kan je als Projectmanager, maar ook als team de kop kosten.

3. Normen/norming

In deze fase gaan de deelnemers wennen aan de samenwerking. De weerstand ebt weg, men begint elkaar aan te vullen en er is sprake van echte samenwerking in plaats van strijd zoals in de vorige fase. Misschien is de productie nog niet hoog maar de groepsleden beginnen elkaar te vertrouwen en te accepteren. De leden leggen zich neer bij bepaalde groepsgewoonten, met de afgesproken normen, met hun taken in het geheel en de eigenaardigheden van hun teamleden. Het wordt nu mogelijk om constructief met kritiek te komen. Er komt enige ontspanning in de groep en vertrouwen in de werkwijze. Het groepsproces kan nu onderwerp van gesprek worden.

Het gaat in deze fase om de oplossingen voor de conflicten uit de vorige fase. Die worden in de groep gegooid. Het goed beëindigen hiervan is nodig voor het verkrijgen van respect of, beter nog, waardering voor elkaars kwaliteiten. In deze fase komt ook de pikorde binnen een groep tot stand.

4. Performing

De onderlinge verhoudingen en verwachtingen zijn in deze fase gevestigd en er wordt gepresteerd. In deze fase is de groep een echt team en er is duidelijk vooruitgang, problemen worden geanalyseerd en opgelost. De groepsleden kennen en accepteren nu elkaars sterke en zwakke kanten; ze weten wat hun rol is. Ze kunnen nu anticiperen op problemen in de groep en als die ontstaan gaan ze er constructief mee om. Een groep in dit stadium kan veel werk verzetten.

5. Rouwen/adjourning

Deze fase is die van het uiteengaan. De groep voelt geen betrokkenheid meer, maar binnen het team is wel voldoening en waardering dat het allemaal is gelukt. Eigenlijk is elke verandering in de samenstelling van de groep – routiniers stoppen, jonge talenten stromen in – een klein beetje het einde van een groep.

Je begint daarna weer bij fase één. Met de komst van nieuwe groepsleden dient de Projectmanager te beseffen dat in feite de bovenstaande cyclus weer begint. Meestal gaat het dan wel sneller, omdat binnen de groepscultuur een aantal overeengekomen regels niet meer ter discussie zal staan. De oude groepsleden zullen de nieuwe hierop wijzen.

De vijfde fase treedt ook in als het groepsdoel sterk verandert of het project wordt afgerond of gestopt. Men neemt afscheid en zwermt uit naar andere projecten, afdelingen of organisaties.